Jij + kunnen/zullen/willen
- Vaak gebruiken we in spreektaal één vorm voor zullen/willen/kunnen;
- Veel taalgebruikers gebruiken de vormen uit de tweede kolom voor nette schrijftaal;
- De eerste kolom voor zullen/willen/kunnen wordt wel geaccepteerd, als ‘je/jij’ de betekenis heeft van ‘men’ (dus de derde persoon enkelvoud). Overigens accepteren de meeste taalgebruikers hier ook de vormen uit derde kolom;
- Bij vragende vorm (‘je/jij’ achter het werkwoord) vervalt de ‘-t’: wil je, kan/kun je, zal/zul je;
- We zien dat de verbuiging steeds meer gaat lijken op die van het werkwoord ‘mogen’. Hier is de korte vorm (‘mag’) voor alle personen enkelvoud al geaccepteerd.
meer taal- en schrijftips